Home
Robert Crosbie

Robert Crosbie werd geboren op 10 januari 1849 in Montreal, Canada. Er is weinig over zijn jeugd geweten. Zijn ouders zouden afkomstig zijn uit Schotland en zijn moeder zou een voorbeeld voor hem zijn geweest. Crosbie startte samen met een oudere zakenpartner een leder en schoenenzaak in Montreal en later in Boston. Hij was boekhouder en verloor tot 2 keer toe zijn fortuin. Een eerste keer bij de echtscheiding van zijn eerste vrouw, toen hij zijn hele zaak verkocht en de opbrengst aan haar gaf, een tweede maal toen hij door Katherine Tingley geroepen werd naar Point Loma. Al heel jong stelde hij grote levensvragen en zocht hij naar antwoorden. Daarnaast had hij belangstelling voor muziek en tekenen.

Het is via deze zakenpartner dat Crosbie in aanraking kwam met de Theosofie, nl de T.S in Boston. Dat moet in 1886 - 1887 geweest zijn. Crosbie herkende meteen dat Theosofie datgene was waar hij naar op zoek was en sloot zich aan. Hij stond meteen in vuur en vlam. Niet lang daarna maakte hij kennis met  W.Q.J. En die eerste ontmoeting zou de hele loop van zijn leven veranderen en hij had meteen, toen zoals later, het volle vertrouwen in Judge. Vertrouwen is een sleutelwoord in het leven van Crosbie.  Over dat vertrouwen schrijft hij later: “... het lijkt me dat vertrouwen de band is die bindt, die de kracht van de Beweging uitmaakt, want het komt uit het hart.” Het vertrouwen waarover Crosbie spreekt, is een vertrouwen waardoor de leerling door volhardende inspanning, studie en devotie het ware karakter van de leraar of boodschapper almaar beter en beter kan inzien en almaar duidelijker kan weerspiegeld worden. Het is uit het hart, van een ziele-kwaliteit en moeilijk met fysieke bewijzen aan te tonen. Het vergt overgave. Judge schijnt toen gezegd te hebben: “Crosbie, jij staat op mijn lijst!” Het was het begin van een band die Crosbie nooit meer zou loslaten.
Hij werd de vriend, en ook een naaste medewerker van W.Q.J en via hem een occulte leerling van H.P.B.  In een artikel (Theosophy aug 1919) schrijft Crosbie hierover: “Dat hij (Judge) een groot occultist was, weten velen door individuele ervaring, maar niemand heeft de bodem van zijn macht en kennis gepeild. De toekomst zal over hem veel blootleggen dat nu nog verborgen is en zal de ware reikwijdte van zijn levenswerk aantonen. Wij weten dat dit levenswerk een onschatbare weldaad geweest is en dat wij ze aan anderen moeten doorgeven.” Het vertrouwen was ook omgekeerd, toen studenten uit New England, Judge om advies vroegen, zei die: “vraag het Crosbie, hij denkt en handelt zoals ik”.  Crosbie werd vrij snel secretaris (1889) en later president (1892) van de TS in Boston.

Hij kwam in contact met de Theosofie in een zeer vruchtbare, maar tegelijk woelige periode in de ontstaansgeschiedenis van de moderne Theosofische beweging. Er waren nog niet zo heel veel boeken uitgegeven (het eerste werkje dat hij las, was Theosofie in Vogelvlucht van W.Q.J.), Isis Ontsluierd, de werken van Sinnett ...  Er waren ook ver-schillende tijdschriften waaronder The Path, Lucifer, ... met parels van artikels. Er was een grote productiviteit en bedrijvigheid. Er was heel veel belang-telling voor de Theosofie en de T.S. Er kwamen veel nieuwe leden bij, nieuwe loges (TS) werden over heel de wereld opgericht. Maar er was ook tegenkanting, tegenkrachten die zich vooral op H.P.B en W.Q.J richtten. Zo was er de aanval op HPB door Coues en Collins (mei 1889), waarvan Crosbie op de hoogte moet zijn geweest.

Na het overlijden van H.P.B ontstond er een conflict tussen Kol. Olcott, de president van de TS en mevr. A. Besant enerzijds en W.Q.J anderzijds. Dit was o.a. ontstaan uit meningsverschillen m.b.t de te varen koers en organisatie van de TS.  Olcott en Besant stonden voor een sterke autoritaire structuur terwijl Judge vooral de nadruk legde op kennis van de principes van de Theosofie en de vrijheid van een ieder om die zelf uit te zoeken en toe te passen. Ook het al of niet contact hebben met de Meesters van Wijsheid, o.a w.b de authenticiteit van boodschappen, ... was een bron van conflict. Hoewel die vaak ten grondslag lagen van de koers die er gevaren diende te worden (cfr. HPB en Sinnett). Er ontstonden twijfels, argwaan, jaloersheid. En dit dikte het conflict nog meer aan. Dit zou leiden tot wat de eerste splitsing wordt genoemd, die van de oprichting van de Theosophical Society in America. De afscheuring en volledig onafhankelijk worden van een deel van de Amerikaanse  loges. Dat gebeurde trouwens tijdens de Conventie van de Amerikaanse afdeling in Boston (april 1895). 

In het verslag van die vergadering lezen we een belangrijke opmerking van Judge m.b.t het Theosofisch werk en Theosofen onderling: “De Eenheid van de Theosofische Beweging is niet afhankelijk van eenheid van organisaties, maar van gelijkheid van werk en streven, en hierin “we will KEEP THE LINK UNBROKEN” (referend naar de laatste woorden van HPB).  Mr. Crosbie steunde de principes die Judge vooropstelde volledig. In zijn verdere leven zal hij als een van de kroongetuigen handelen en hij hield de schakel van pure Theosofie ongebroken.

In maart 1896 stierf Judge. Door dit overlijden ontstond er een eigenaardige situatie. Judge had geen instructies nagelaten. Apostolische successie werd noch door hem noch door H.P.B erkend”.  In een brief aan Alice Leighton-Cleather schrijft Crosbie (1915): “Na het overlijden van H.P.B stelt men aan W.Q.J de vraag “wie zal H.P.B's opvolger zijn?”, zijn antwoord was: “Zij was sui generis; zij kan geen opvolger hebben”. H.P.B heeft nooit een opvolger aangeduid, W.Q.J ook niet.” Toch bracht dit overlijden opnieuw de moeilijkheid van opvolging en opvolgerschap ter discussie. Het was waarlijk een situatie van be-proeving. Konden zij nu zelf de Beweging verder leiden,  op eigen benen, met individuele toewijding, onafhankelijkheid en verantwoordelijksheidsgevoel, als “Free and Indepen-dent Theosophists”? Niemand schijnt deze mogelijkheid onderzocht of gesuggereerd te hebben. Integendeel, men dacht slechts aan een opvolger en natuurlijk waren er mensen die maar al te graag die positie zouden innemen.

In deze moeilijke periode klampten dus heel wat theosofen zich vast aan het idee van de noodzaak van een occulte opvolger. Die werd gevonden in de persoon van Katherine Tingley, die de leider van de T.S.A werd. Crosbie was toen in Boston en zag - zo zegt hij in enkele autobiografische notities - geen reden om de verklaringen omtrent het opvolger-schap, die zijn medetheosofen in New York gaven, te wantrouwen. Hij geloofde dat ze oprecht waren en van een goede vorming en oordeel.

Aanvankelijk was hij de nieuwe leider ook erg genegen. Hij schreef haar enkele brieven waarin duidelijk de toewijding en de liefde van een leerling spreekt. Later zou Crosbie hier evenwel op terug komen.  In zijn brieven “In the Beginning” (The Friendly Philosopher) schrijft hij: “De eigenlijke grondslag van de opvolgersmanie is het hevig verlangen naar meer leringen; hierdoor ontstaat de jacht naar iemand die nieuwe openbaringen belooft. Wat H.P.B openbaar maakte en W.Q.J toepaste, werd niet en wordt niet door Theosofen in het algemeen bestudeerd, anders was er bij de studerenden een vollediger denken en verwezenlijken tot stand gebracht”.

In 1896 volgt Katherine Tingley dus Judge op. Crosbie blijft zijn werk verder zetten en ook uit deze periode kunnen we zijn inzicht en kennis ontdekken en merken dat hij inderdaad “de draad” niet losliet.  Crosbie staat bekend om zijn praktische uitwerking en toepassing van de leringen en zijn soms wel erg nuchtere stijl. Voorbeelden hiervan kunnen o.a in The Friendly Philosopher, Homely hints, gevonden worden. Ze dateren al van 1897.

“Sommigen gaan fel tegen de persoonlijkheid tekeer”, schrijfr Crosbie in één van zijn brieven die nu gebundeld zijn als “in the beginning, “Dat betekent nog niet dat ze er vrij zijn. Sommigen zeggen weinig, maar het effect van hun woorden moet de schijn hebben dat ze onpersoonlijk zijn. Zij schijnen zo bescheiden te zijn, maar zijn eerder sluw. Sommigen zijn bang om over persoonlijkheid te praten, denkende dat dit geschuwd moet worden. Anderen verkondigen een leer van onpersoonlijkheid die al het menselijke uit het leven haalt en het tot een kille ontkenning maakt. Deze visie houdt geen rekening met de evolutieloop. Alle fouten moeten met een enkele pennestreek verdwijnen.
Onpersoonlijkheid is geen praten, het is geen stilte, het is geen vleierij, het is geen afkeer; het is geen ontkenning. Boven al is het geen diplomatie die ambitie verbergt. Onpersoonlijkheid betekent vrij te zijn van de persoonlijkheid, maar niemand van ons zal dat meteen verwerven; we doen al voldoende als we trachten - zij het traag - ze te overwinnen.” “Niet de persoonlijkheid houdt gevaar in, maar wat deze voor ons betekent. Bij sommigen zou zij het ideaal naar beneden kunnen halen; laat het ideaal dus blijven bestaan, maar laat het onzichtbare brandpunt onbekend blijven.

Het bewijst eens te meer dat ook onder het regime van Katharine Tingley die de T.SA met ijzeren hand regeerde, hij de schakel of draad niet los liet.  Aan de nieuwe leider was iedereen trouw verschuldigd, moest een eed van trouw aan haar afleggen en anders mocht men vertrekken. Er werd ook geen kritiek geduld. Aanvankelijk werkte Crosbie heel trouw voor Katherine Tingley en wanneer ze Point Loma Land opricht en hem oproept zich daar te vestigen en te komen werken, gehoorzaamt hij. Hij verkoopt zijn zaak en gaat met zijn gezin - hij is intussen in 1900 opnieuw gehuwd - naar Point Loma (ongeveer dezelfde periode). Al hun bezittingen worden aan de organisatie die intussen ook van naam is veranderd, nl. Universele Broederschap en de T.S., overgemaakt.
   
In verschillende artikels die we voor deze lezing hebben geraadpleegd, vraagt men zich af waarom Crosbie gezien zijn relatie met Judge en zijn positie in de T.S dit zo ver heeft laten komen. Was dit een beproeving? Was hij zelf misleid?
Hij geeft zelf het antwoord: “... toen Judge dit leven verliet, verloor ik het contact met hem; zonder twijfel had ik te zeer op hem gesteund en niet op mijn eigen intuïtie vertrouwd. Later besefte ik dat dit verlies van contact met opzet gebeurde zodat ik mijn zwakte kon overwinnen. Op verzoek van mevr Tingley ging ik naar Point Loma en hielp gedurende 2 jaar in het werk vooraleer ik het contact wat ik verloren had terug kreeg.  Hoewel ik begon te twijfelen en te zien, duurde het dan nog meer dan een jaar eer ik duidelijk en onmisken-baar zag en ik de feiten zoals ik ze zag aan mevr Tingley meedeelde alsook mijn voor-nemen om met haar te breken. Ze probeerde natuurlijk op allerlei manieren mijn vast-beradenheid te veranderen, maar toen dat nutteloos bleek, liet ze me gaan en - naar ik later vernam - zei dat ze me voor “slecht gedrag” had weggestuurd”. 

Nou ja, laten gaan, hij is voor een soort tribunaal moeten verschijnen en zijn privileges werden almaar meer en meer afgebouwd. Eerst was hij een van de getrouwen, met vrij grote verantwoordelijkheden, later mocht hij enkel nog bezoekers in de tuin rondleiden. Crosbie moet Tingley eerst op alle mogelijke manieren het voordeel van de twijfel hebben gelaten en later tot de grens van zijn vermogens geprobeerd hebben haar plannen tegen te werken. Hij werd weggestuurd “wegens weerspannigheid” en zo staat het in de logboeken van Point Loma genoteerd.

In zijn brieven uit “In the Beginning” vat hij het als volgt samen: “Natuurlijk zijn hier en daar alle denkbare misdaden gepleegd door theosofen, maar de meesten zijn, in alle tijden, goede mannen en vrouwen geweest, dikwijls misleid door hun eigen onwetendheid, door hun wanbegrippen, soms door hun begeerten en hartstochten, maar eerlijk strijdende tegen hun ontzaglijke moeilijkheden”. Olcott was niet jong meer, toen hij uit het vuur gehaald werd en hij had de ondeugden van zijn tijd en van zijn postitie in de wereld. Maar hij deed, wat op dat ogenbik niemand anders wilde ondernemen; de Meesters stonden hem bij terwijl Zij zijn zwakheden kenden; en wij behoren hem te beoordelen naar wat hij voor de Theosofie deed. Zo ook wat mevr. Besant betreft, die oprecdht is, hoewel zij zich vergist. Bij mevr. Tingley is kennelijk een gebrek aan oprechtheid en veel dat het tegenovergestelde is van een theosofisch gedrag. Wanneer men vragen stelt en de omstandigheid dit vereist, moeten ongekleurde uiteenzettingen van feiten gegeven worden, maar ter verdediging van de Theosofie, niet als beschuldiging van wie ook.” Hij veroordeelde eigenlijk niemand, maar kende de zwakheden van de menselijke natuur, zelfs als dit ten koste van hemzelf bleek te zijn.

Dat was in 1904. Crosbie vestigde zich zonder bezittingen, zonder iets, totaal aan de grond, in Zuid-Pasadena (Californië) en hij kon als boekhouder bij de Los Angeles Times beginnen werken.  Hij is 55! en het werk is niet makkelijk omdat hij lange uren moet staan en niet goed betaaldwordt. Maar ook dan laat hij de “schakel” niet los. Hij komt in contact met verschillende buren (die later een cruciale rol in de oprichting en verderzetting van ULT zullen spelen),  en via een advertentie krijgt hij contact met verscheidene leden en ex-leden en start in 1906 een nieuwe groep. Aanvankelijk zocht men toenadering tot de T.S.A in New York, een loot van de vroegere T.S in America, die waarin verschillende theosofen zich hadden teruggetrokken na hun ontgoocheling over mev. Tingley. In 1908 besluit deze haar constitutie te wijzigen en zich “the T.S.”te noemen, een naam die dan reeds bij drie verschillende organisaties in gebruik is. Dank zij de inspanningen van Crosbie verzet de nieuwe loge van Los Angeles zich tegen de voorgenomen veranderingen en besluit voort te werken zoals voorheen. Dit heeft echter voor gevolg dat verscheidene stichtende leden hun ontslag geven en dat Crosbie met zeven leden overblijft, van wie er vier nieuw zijn.


De ervaring had bewezen dat eenheid van organisatie als bindmiddel gefaald had. Er waren de verschillende afscheuringen en splitsingen en elke nieuwe leider drukte zijn eigen visie door wat uiteindelijk ertoe leidde dat er nog nergens oorspronkelijke werken van H.P.B bestudeerd werden. In Adyar bvb was A. Besant onder invloed gekomen van het psychisme en was de T.S. die richting ingeslagen. Eenheid van leiding was ook ondoenbaar gebleken. Persoonlijke aanspraken, ambities en interpretaties hadden de leider en hun volgelingen in tegengestelde kampen gebracht. Er was te veel tweedracht, twist en conflict en het werk en het doel dat de Meesters voor ogen hadden werd veronachtzaamd en zou nog meer degeneren. Er bleek slechts één basis van eenheid , eenheid van doel, streven en lering. Het doel was de studie en de verspreiding van authentieke Theosofie; het streven richtte zich op Broederschap; en de lering was de Theosofie zelf. Daarmee was geen orthodoxie van details en formuleringen bedoeld, maar in de geest van H.P.B, een ruim akkoord over de hoofdpunten en fundamentele zaken, soepelheid in details en toepassingen. Hij zegt hierover “Ons werk is de aandacht te vestigen op de ware basis voor Eenheid onder theosofen en tegelijkertijd het voorbeeld te geven. De mensen moeten, of zij nieuwe bestuurders dan wel oude zijn, de Boodschap zelf van de Theosofie begrijpen, niet omdat zij geloven in een of andere persoon of organisatie.”

Crosbie en zijn medestanders wilden dat opnieuw herbelichamen. Zij besloten zich te organiseren door de oorspronkelijke principes en het oorspronkelijk programma van de Meesters aan te nemen wat zowel H.P.B als Judge gedurende hun hele leven belichaam-den. Maar zij stonden voor een erg moeilijke taak. Vergeet niet, het overgrote deel was nieuw m.b.t het theosofisch werk. Eerst moesten de nieuwelingen een grondige educatie in de Theosofische beginselen krijgen, moesten er fondsen e.d worden verzameld en toen dat tegen het einde van 1908 was gelukt, gaf Crosbie de “Preliminary Memorandum” een voorlopig of inleidend manifest uit waarin hij in grote lijnen de noodzaak en de basis-pricipes van het op te richten organisme schetst: trouw aan de Theosofie en haar boodschappers, broederschap en altruïsme, overeenkomst van doel, streven en lering alsookhet belang daarvan. Deze verklaring is terug te vinden op de laatste bladzijden van The Friendly Philosopher (“to all open-minded Theosophists”) en ze vormt mee de basis voor het opstellen van de beginselverklaring en het oprichten van de GLT.

Kort daarna, op 18 februari 1909 dus, werd de eerste GLT in L.A opgericht. Crosbie benadrukte onpersoonlijkheid en anonimiteit om het werk te beschermen en om de werkers zelf te beschermen tegen hoogmoed en ambitie. Hij was een eenvoudig man van bescheiden allure. Zo was het uiterlijke gebeuren van de stichting de eenvoud zelf. De vrienden hadden een zaaltje gehuurd en Crosbie had dat zelf schoongeveegd. Op de deur hing de aankondiging van de bijeenkomst, de eerste openbare vergadering van de ULT. Crosbie's kleren waren tot op de draad versleten, maar toch was zijn uiterlijk steeds tot in de puntjes verzorgd. Dat was het trouwens altijd, net zoals zijn rustige, stille en wat teruggehouden houding tijdens bijeenkomsten als hij zelf niet op het podium stond. Hij gedroeg zich dan heel onopvallend, als een toevallige bezoeker.  Hij wilde niet een nieuwe guru of leraar zijn, maar pure Theosofie aan anderen doorgeven. In 1912 start Crosbie het tijdschrift Theosophy, dat nu nog altijd uitgegeven wordt, met in de eerste plaats het heruitgeven van de oorspronkelijke artikels van H.P.B en W.Q.J. Als het om nieuwe, zelfgeschreven artikels gaat hanteert men onpersoonlijkheid. Alle artikels worden anoniem of met pseudoniemen gepubliceerd. De toepassing van de Theosofische principes staat centraal en er wordt veelvuldig naar de werken van HPB en WQJ verwezen.

In 1914 wordt Theosophy school opgericht. Ook hier heeft Crosbie grote bijdragen. Hij schreef bv enkele liedjes die in Theosophy School gezongen worden. (cfr. The Eternal Verities) en schreef ook het boekje “Because, for children who ask why”. Daarnaast gaf hij veelvuldig lezingen en konden heel wat studenten ook persoonlijk bij hem terecht. Hij maakte steeds tijd voor anderen, hoe druk hij het ook had.  In een brief schrijft hij: “Wanneer ik eens een toespeling maak op mijn naderend heengaan, komt er ontmoediging, omdat zij zich verbeelden dat de Theosofie zal sterven als ik er niet meer ben; toch zouden zij geleerd moeten hebben dat niemand Theosofie is en dat de besten nog maar doorgevers zijn; dat zij, daar zij ontvangen hebben, ook aan het werk zouden moeten gaan om evenveel voor anderen te doen en op hun beurt doorgevers te worden. Hij stierf zoals hij geleefd had, kalm en sereen, zijn lot zonder klagen aanvaardend op 25 juni 1919.

Zoals alles wat leeft en duurzaam is in de Natuur van binnen naar buiten groeit, moest ook Robert Crosbie een innerlijke structuur vastleggen, waarrond het uiterlijke lichaam (de GLT) zou kunnen groeien. Zijn kennis en inzicht, levenservaring hielpen hem om de beginselverklaring op te stellen, een beginselverklaring waarin hij de belangrijkste principes en doelstellingen van de moderne Theosofische beweging incorporeerde. Hij gebruikte hiervoor citaten, uitspraken van zijn grote voorbeelden: HPB, WQJ.

Een prachtige hulp bij het bestuderen van de beginselverklaring vormen de reeks brieven “In het begin” welke in de Friendly Philosopher kunnen worden teruggevonden waaruit we veelvuldig hebben geciteerd. Als we de beginselverklaring grondig bestuderen, dan merken we daarin een aantal zeer essentiële leringen van de Theosofie. We kunnen er de drie doelstellingen van de moderne Theosofische beweging in herkennen waarbij vooral de eerste, het vormen van een kern van universele broederschap, centraal staat. Ze is a.h.w de rode draad doorheen alle werk en activiteiten. Ook de drie grondstellingen kunnen we terugvinden. Als we denken aan de derde grondstelling en de woorden “zelfopgelegde en zelfuitgedachte pogingen” in het achterhoofd houden, merken we dat in zelf-verantwoordelijkheid (je bepaalt zelf je verplichtingen) en vrijheid (niemand wordt gepuscht of onder druk gezet, zelfs om ook maar iets aan te nemen), maar gestimuleerd om dat van binnenuit te laten groeien, fundamenteel in beginselverklaring zijn verankerd.


Geünieerde Loge van Theosofen - Antwerpen
GLT Antwerpen. Frans Van Heymbeecklaan 6 - 2100 Deurne
E-mail : theosofie@skynet.be