Home
William Quan Judge

Judge wordt geboren in Dublin 13 april 1851, als zoon van Frederic H.Judge en Alice Mary Quan.

Zijn moeder stierf bij de geboorte van haar 7e kind.
In 1864 ( Judge was toen 13 jaar)besloot zijn vader samen met de moederloze kinderen om naar New York te emigreren.

Over zijn kinderjaren is weinig geweten. De enige gekende informatie betreft een gedenkwaardige ziekte toen hij zeven jaar was, een ziekte die volgens de dokters dodelijk is. De arts verklaarde Judge toen stervende, maar tijdens de uitbarstingen van verdriet ontdekte men dat het kind weer tot leven was gekomen. Tijdens zijn herstel vertoonde hij merkwaardige gave en scheen hij niet meer dezelfde te zijn.

Terwijl niemand wist hoe hij had leren lezen begon hij vanaf zijn achtste boeken te verslinden over mesmerisme, karakterlezen, religie, magie en rozenkruisers, maar zijn aandacht ging vooral  naar het “Boek der Openbaring”, waarvan hij de werkelijke betekenis trachtte te achterhalen.
Terwijl hij bij zijn vader woonde begon hij rechten te bestuderen, doch deze stief helaas kort daarna.

Op 21 jarige leeftijd werd Judge Amerikaans staatsburger en in mei 1872 werd hij toegelaten tot de orde van advokaten.
Zijn opvallende karaktereigenschappen als advocaat, in het uitoefenen van bedrijfsrecht dat zijn specialiteit werd, waren zijn gedegenheid, zijn onwankelbare doorzettingsvermogen en zijn ijver waarmee hij bij zowel  werkgevers als cliënteel respect afdwong.

In 1874 trouwde hij met Ella M Smith , een onderwijzeres, hij was toen 23 jaar.

Tot 1893 woonde hij met zijn gezin in Brooklyn en nadien verhuisden ze naar New York om dichter bij het Theosofisch Hoofdkwartier te zijn.
In een citaat uit een  brief aan Sarah W.Cape lezen we het volgende :
“ In 1874 dacht ik erover het spiritisme te onderzoeken en toen ik Kol. Olcotts boek People from the other world, in het engels uitgegeven in maart 1875 vond, schreef ik hem om het adres van een medium . Hij antwoordde dat hij er toen geen wist, maar dat hij een kennis had Mw. Blavatsky , die hem had gevraagd me uit te nodigen voor een bezoek. Ik heb Irving Place 46 in New York bezocht en met haar kennisgemaakt” .
Dit zou het begin worden van hun levenlange samenwerking.

Op 7 september 1875 , hij was toen 24 jaar, was hij medestichter van de Theosophical Society samen met HP Blavatsky en H.S.Olcott. en de daaropvolgende 20 jaar werkte hij onophoudelijk en ijverig voor de doeleinden van de Society.

De tijd tussen zijn ontmoeting met HPB in 1875 en het uitgeven van Isis Unveiled in 1877 was voor Judge van bijzondere betekenis. Hij schreef aan Damodar K Mavalankar, een stafmedewerker aan het hoofdkwartier in India en leerling van een van Blavatsky's leraren het volgende : “dat HPB als middelaar ' de glorieuze uren' mogelijk maakte ' die we doorbrachten met het luisteren naar de woorden van de verlichte wezens die vaak laat 's nachts kwamen als alles stil was, en die urenlang met Olcott  en mijzelf spraken” dit citaat komt uit “ Damodar and the pioneers of the Theosophical Movement.”

Na het uitgeven van Isis Unveiled, kondigde HPB aan dat ze naar India moest vertrekken en in tegenstelling tot Olcott was Judge niet in de positie met HPB mee te gaan, in verband met zijn verplichtingen ten opzichte van zijn echtgenote en dochtertje. Hij was hierdoor bijzonder van streek wat leidde tot een tijdelijke breuk die hersteld werd voordat HPB naar India vertrok.

Helaas kort nadien sterft zijn dochtertje aan difterie.
Dit was voor Judge en zijn echtgenote een zware klap en hij schrijft het volgende aan Olcott.
“ In mijn hart is vaak zoveel verdriet en een verlangen naar de kleine die is heengegaan”.
Na het vertrek van H.P.B en Olcott naar India, raakt Judge betrokken in verschillende speculatieve zakelijke ondernemingen, omdat hij , zoals hij aan Damodar schreef in maart 1880 , ernaar streefde genoeg geld bijeen te krijgen om ook naar India te kunnen vertrekken en zijn echtgenote met voldoende geld achter te laten.

Judge trok in die tijd naar Venezuela in de hoop aldaar voldoende geldelijke middelen te vergaren in de mijnbouw.
In Venezuela kreeg Judge Chagres-koorts een kwijnende ziekte waarvan hij nooit volledig  zou herstellen.
In 1883 hadden zijn speculatieve ondernemingen in Zuid-Amerika hem platzak gemaakt met een grote schuld en zonder advocatenpraktijk.
In dat jaar nam hij zijn theosofisch werk weer op en hielp hij bij het oprichten van de Aryan Theosophical Society in New York City.
Om bij het publiek belangstelling te wekken hield hij bijeenkomsten, en hoewel hij in het begin de enige aanwezige was, hield hij ze als voor een groot publiek.
Hij opende de bijeenkomsten, las een hoofdstuk uit de Bhagavad Gita, hield de notulen bij , alsof hij niet de enige aanwezige persoon was en dit deed hij keer op keer, vastbesloten om een Society te vormen.
Zijn motto in die tijd was “ bekendmaken, niet speculeren'
“Theosofie , zei hij” is een roep van de ziel”

Zijn gezondheid was broos, en een dag zonder pijn was iets heel zeldzaam voor hem. Hij had ook zijn verdriet , waarbij de dood van zijn enige kind het moeilijkste was. Maar de opgewektheid van zijn gemoed, zijn onverschrokken energie, lieten hem nooit in de steek, en hij was de motor voor de activiteiten van al zijn medeleden.

In 1884 kreeg hij via een brief van Damodar de opdracht om naar India te komen. Hij vertrok langs Engeland waar hij de Sinnetts en de Arundales ontmoette en vervolgens bezocht hij HPB en Olcott in Parijs.  Waar HPB hem nodig had voor het helpen bij het werk aan “De Geheime Leer”
In die periode begon de crisis met de Coulomb in India en toen Judge hoorde hoe ernstig de situatie was vertrok hij gewapend met alle nodige bevoegdheden naar Adyar. Hij kreeg de volgende boodschap van meester M.
“ Omdat ik je binnenkort in Adyar verwacht te zien, wil ik je doordringen van het feit dat veel van het toekomstig welzijn en van het van blaam zuiveren van de Society afhangt van jouw tact, discretie en ijver. Wat u zaait zult u oogsten. De verbinding van enkelen in de Raad en de gevolgen ervan ontwikkelden zich tot duidelijk te voorziene tegenslag...
Ga dan en red de Zaak door de Society te redden. Vrees niets, ik zal ervoor zorgen dat je wordt geholpen. Voortaan zul je de derde zijn in de duade -
Werk alle drie met hart en ziel in voor- en tegenspoed.
( het hele verhaal van de Coloumb is een hoofdstuk apart dit zou hier teveel tijd in beslag nemen, ik verwijs u hiervoor naar de bibliografie van Sylvia Cranston over HPBlavatsky

Bij zijn terugkeer in New York trad Judge in dienst bij het advocatenkantoor waar de broer van Olcott werkte.
Hij gaf zijn energie aan het bevorderen van de theosofie en blies het werk in New York nieuw leven in, reorganiseerde het oorspronkelijk programma onder de naam The Ayran Theosophical Society of New York, waar hij bijeenkomsten organiseerde, starte een theosofische uitleenbibliotheek en begon met het drukken van goedkope literatuur.

In april 1886 richten hij samen met Arthur Gebhard het tijdschrift “ The Path” op . Overdag werkte hij als advokaat en 's nachts werkte hij om verschillende artikels hiervoor te schrijven onder verschillende pseudoniemen.

Onder leiding van Judge werden stappen gezet om de leden die in de Verenigde Staten verspreid woonden in denken en daden te verenigen. Hij begon met alleen zichzelf als voornaamste spreker , maar beschikte tenslotte over drie mensen die full-time rondreisden om lezingen te geven om de worstelende groepen te helpen en om centra op te richten.
Lokale sprekers werden aangemoedigd om nieuwe centra te beginnen .
Terwijl er slechts ongeveer een dozijn afdelingen waren in 1886, waren er tegen  eind 1896 meer dan honderd .

In oktober 1886 schreef HPB hetvolgende aan Judge :
“ Het probleem bij jou is dat je de grote veranderingen niet kent die zich enkele jaren geleden in jou hebben voltrokken. Bij anderen is soms hun astrale lichaam veranderd en vervangen door dat van adepten ( en van elementaren) en zij beinvloeden de uiterlijke en de hogere mens. Bij jou is de nirmanakaya en niet het astrale met jouw astrale versmolten. Vandaar de duale natuur en de strijd”
In HPB 's brief aan Judge als General Secretary van de Amerikaanse Afdeling, gedateerd 3 april 1888, die op haar verzoek zou worden voorgelezen op de Amerikaanse conventie, noemde zij Judge “ het hart en de ziel” van de TS in Amerika, en zei, “ Het is voornamelijk, zo niet geheel, aan jou te danken dat de Theosophical Society in 1888 nog bestaat”. En ook in een brief over Judge en het amerikaanse werk, gedateerd Londen 23 oktober 1889, sprak ze over hem als “ deel van haarzelf sinds een aantal aeonen, het antaskarana tussen de twee manas(sen), het amerikaanse denken en de indische esoterische kennis( de andere kant van de Himalaja)

Nadat De Geheime Leer in november 1888 was verschenen, nodigde HPB Judge uit naar Londen om samen met haar de voorlopige statuten en regels op te stellen voor een Esoterische Sectie. Welke Judge als secretaris zou leiden en in december benoemde HPB Olcott als de enige vertegenwoordiger voor de ES  voor de Aziatische landen. Helaas legde Olcott deze funcitie snel neer.

In 1889 kochten de leden van de Aryan Branch een druk- en zetmachine en werden kleinde tijdschriften en verschillende uitgaven gedrukt waaronder : Patanjali's Yoga Aforismen, Echoes from the Orient, Bhagavad Gita en toelichtingen, Letters that have helped me en De oceaan.
Na de dood van HPB in 1891 stonden Judge en Anne Besant er alleen voor.

Als Amerikaans General Secretary en later bovendien als vice -voorzitter van de TS sprak hij over theosofie op het Parlement van Religies tijdens de Wereldtentoonstelling in Chicago in 1893 en het jaar daarop op het Parlement van Religies in San Francisco.

Judge was altijd ontvankelijk geweest voor de invloed van de meesters. Hij ontving boodschappen van hen, soms in zijn eigen handschrift, soms in dat van hun. Er waren echter mensen die hem ervan beschuldigden dat hij valse boodschappen verstuurde en in 1894 beschuldigde verschillende leden Judge ervan de namen van de mahatma's en hun handschrift te hebben misbruikt.

Dit leidde eveneens tot veel heisa en rechtzaken dat later de naam “Judge-case” zou worden genoemd en waaraan een heel dik boek is gewijd.
Ook toen dit grote verraad hem ten deel viel, bewaarde hij de vereiste stilte van de ingewijde; hij boog zijn weerloze hoofd voor de wil en de wet, en ging met een vriendelijk en sereen hart door de wateren van verbittering, getroost door het respect en vertrouwen van de gemeenschap waarin hij zijn leven had gestoken, en spoorde iedereen aan tot vergevensgezindheid en hernieuwde pogingen, en sprak over begrip dat vele later de werkelijke draagwijdte zouden inzien van het kwaad dat ze het werk hadden aangedaan.

Hij smeekte iedereen om gereed te zijn om op die dag de uitgestrekte handen te grijpen van hen die het onrecht hadden aangedaan.
Judge zet zijn theosofisch werk voort, maar jaren van onophoudelijke arbeid en de gevolgen van de Chagres-koorts eisten tenslotte zijn tol.
William Quan Judge stierf op 21 maart 1896, kort voor zijn 45ste verjaardag.
Zijn laatste woorden waren :

“ LAAT ER KALMTE ZIJN. HOUD VOL. HAAST U NIET”





Geünieerde Loge van Theosofen - Antwerpen
GLT Antwerpen. Frans Van Heymbeecklaan 6 - 2100 Deurne
E-mail : theosofie@skynet.be